Methodenkaart

Uit HBO-i-methoden-toolkit
Ga naar: navigatie, zoeken

Geschiedenis

De methodenkaart praktijkonderzoek is in 2012 ontwikkeld op de Informatica en Communicatie Academie (ICA) van de Hogeschool Arnhem en Nijmegen (HAN) om de brede bachelor ICT (inclusief de opleidingen Communicatie en Multimedia Design en Digitale Communicatie) een gemeenschappelijk referentiekader te geven voor het onderwijs in praktijkonderzoek. De methodenkaart legt een verbinding tussen de verschillende onderzoekstradities die ten grondslag liggen aan het vakgebied en het ontwikkel- of maakproces in de ICT. Op het NIOC congres in 2013 is de methodenkaart - toen nog onder de naam 'triangulatie framework' voor het eerst aan de buitenwereld gepresenteerd. Inmiddels word de methodenkaart op verschillende hogescholen gebruikt en zijn er een aantal Nederlandse en internationale publicaties over verschenen.

Methodekaart.png

Opbouw

De methodenkaart is opgebouwd in 3 lagen, die samen een set antwoorden vormen op drie basisvragen die je over onderzoek kan stellen.

De eerste laag geeft een antwoord op de vraag: "Wat kan ik onderzoeken?" (ontologie). Het antwoord van de methodenkaart is (1) Beschikbaar werk: alles wat al gedaan is dat relevant kan zijn voor je oplossing, (2) de innovatieruimte: voor onderzoek aan de oplossing zelf en (3) de toepassingcontext: alles wat relevant is aan de context waarin de oplossing gebruikt gaat worden.

De tweede laag geeft antwoord op de vraag: "Hoe kan ik dat onderzoeken?" (epistemologie). Het antwoord van de methodenkaart is dat er vijf samenhangende onderzoeksstrategieën zijn: bieb (voor oriënterend onderzoek aan beschikbaar werk) veld (voor oriënterend onderzoek aan de toepassingscontext), werkplaats (voor onderzoek aan de innovatie zelf), lab (voor toetsend onderzoek aan de toepassingscontext) en, showroom (voor toetsend onderzoek aan de toepassingscontext).

De derde laag geeft antwoord op de vraag: "Waarom dit soort onderzoek?" (axiologie). Het antwoord van de methodenkaart is dat er drie afwegingen zijn die het soort onderzoek bepalen: (1) ben ik op zoek naar overzicht (bij orienterend onderzoek) of juist zekerheid (bij toetsend onderzoek), (2) ben ik op zoek naar relevantie (door onderzoek aan de toepassingscontext) of naar grondigheid (door onderzoek aan beschikbaar werk) en (3) doe ik het onderzoek om mijn persoonlijke betrokkenheid met de situatie te vergroten (inspiratiegericht onderzoek) of juist met enige distantie (datagericht onderzoek).

De afwegingen zijn 'triangulatie afwegingen'. Daarmee wordt bedoeld dat beide waarden in het algemeen belangrijk zijn (dus ideaal gesproken willen we én overzicht én zekerheid), maar dat ze moeilijk met een onderzoek in één strategie te verenigen zijn. Daarom is het eigenlijk altijd van belang meerdere strategieën op een goede manier te combineren. Veel voorkomende combinaties zijn vast gelegd in design patterns.

Materialen

Er zijn verschillende posters van de methodenkaart.

In het Nederlands zijn er de Methodenkaartposter met steekwoorden en de methodenkaarposter met assen.

In het Engels zijn er de DOT-Framework Poster en posters voor vier mixed-method patterns Field Reframing, Rigor Cycle, Validated Solution en de Relevance Cycle.

Er is ook een basistekst over de methodenkaart voor i-studenten.

Publicaties

Op NIOC 2013 is de methodenkaart, voor het eerst gepubliceerd. De publicatie geeft de didactische visie weer die aan de kaart ten grondslag lag, een uitleg van de kaart en een theoretische onderbouwing.

De methodenkaart kreeg zijn huidige naam in een bewerkte versie van het NIOC artikel dat is verschenen in het boekje de De informatieprofessional 3.0 van Erik de Vries, Wouter Bronsgeest en Rik Maes onder de titel De methodenkaart praktijkonderzoek. In dit artikel is verder de onderwijskundige context verdwenen en de relevantie voor de beroepspraktijk meer toegelicht.

Het boekje Proeven van Onderzoek richt zich op praktijkvoorbeelden. Activiteiten van uiteenlopende bedrijven in de ICT en Media worden hierin in de methodenkaart geplaatst. Het Boekje is in 2015 gepubliceerd.

Dat de methodenkaart zich leent voor gebruik in de propedeuse en hoe daar op de HAN invulling aan gegeven is, is beschreven in het NIOC 2015 artikel Eerst aansteken dan pas hout op het vuur.

In internationale publicaties wordt de methodenkaart Development Oriented Triangulation (DOT)- Framework genoemd.

In deze publicatie op de British HCI Conference, wordt het framework in het Engels toegelicht. De onderbouwing is hier aangescherpt en er wordt aannemelijk gemaakt dat alle soorten onderzoek die er onderscheiden worden in de HCI-literatuur terug te vinden zijn.

Een vervolgstudie die op NordiChi 2014 gepubliceerd is kijkt systematischer naar de combinaties van methoden die in de wetenschappelijke literatuur vaak samen gebruikt worden. Het beschrijft veel voorkomende combinaties in drie design patterns: field reframing, rigor cycle, en validated solution. Hoewel wetenschappelijke literatuur gebruikt is om deze patterns te identificeren en te beschrijven blijken deze bouwblokken ook zinnig voor het denken over onderzoek in de beroepspraktijk.

Eigenlijk 'ontstaan' de patterns wanneer je het ontwerpproces in kleinere stukjes opknipt en de resultaten van die deelonderzoekjes herbuikbaar wil maken voor anderen om op voort te bouwen. Dit wordt betoogd in een vervolgpublicatie dat verscheen in het boek 'New challenges in Computer Graphics, Robot Vision, Visual Interfaces and Information Sciences'. Deze publicatie richt zich overigens vooral op beginnende academische onderzoekers en minder op de beroepspraktijk. Niettemin is het opknippen van een totale lifecycle in losse stukken die overgedragen moeten worden aan anderen natuurlijk ook in grote bedrijven en in b2b processen een feit.